Risicobeheer

Risicobeheer

Aan het uitvoeren van treasurybeleid zijn risico's verbonden. In de eerste plaats mogen alleen middelen aangetrokken worden om de publieke taak uit te voeren. Om de risico's verder te beperken worden de volgende maatstaven gehanteerd:

1 Kasgeldlimiet
2 Renterisiconorm
3 Kredietrisico

De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn wettelijk bepaald in de wet Fido.

Kasgeldlimiet

Juist voor korte financiering (looptijd < 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. Fluctuaties in korte rente hebben direct een relatief grote impact op de rentelasten. Door middel van de kasgeldlimiet wordt een grens gesteld aan de mogelijkheid om lopende uitgaven kort te financieren en daarmee het risico te beperken. De wet Fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor 2016 is vastgesteld op € 10.714.326.
Per kwartaal worden rapportages opgesteld om het verloop van de kasgeldlimiet in beeld te brengen.

Omschrijving

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Vlottende schuld

-18.562.908

-16.696.602

-9.538.987

-18.531.242

Vlottende middelen

1.190.899

893.842

1.311.755

4.929.046

Netto vlottende
Schuld

-17.372.009

-15.802.760

-8.227.232

-13.602.196

Kasgeldlimiet

10.714.326

10.714.326

10.714.326

10.714.326

Ruimte(+) Overschrijding (-)

-6.657.683

-5.088.434

2.487.094

-2.887.870

Indien de werkelijke omvang van de netto vlottende schuld lager is dan de kasgeldlimiet is er sprake van ruimte, indien de werkelijke omvang hoger is dan de wettelijke toegestane omvang, dan is er sprake van een overschrijding.

De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervan is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. In de 2e voortgangsrapportage is al uiteengezet dat de kasgeldlimiet in het eerste en tweede kwartaal werd overschreden. Dit heeft er toe geleid dat eind augustus een langlopende lening van € 21 miljoen is aangetrokken.

Renterisconorm

Volgens de wet Fido is de norm van het renterisico 20% van het begrotingstotaal op 1 januari. Het minimum bedrag is op € 2,5 miljoen gesteld. Het doel van deze norm is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten, welke consequenties kunnen hebben voor de financiële positie. Op die manier bevordert de wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen. De wet beoogt hiermee een bijdrage te leveren aan de uitstekende kredietwaardigheid van openbare lichamen op de (inter)nationale kapitaalmarkt.

De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in, dat jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er zijn in 2016 geen renteherzieningen op leningen geweest.

Renterisiconorm

2016

Renteherziening

0

Aflossingen

5.530.023

Renterisico (1)

5.530.023

Begroting per 1 januari

126.050.897

Vastgestelde percentage

20%

Renterisiconorm (2)

25.210.179

Ruimte (+) / overschrijding (-) (2-1)

+ 19.680.156

Over 2016 is aan de renterisiconorm voldaan.

Kredietrisico

Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer rechtspersonen aan wie een lening is verstrekt in financiële problemen komt.

Gewaarborgde geldleningen 2016

Bedrag

Stand per 1 januari 2016

715.528

Nieuwe gewaarborgde geldlening

0

Aflossingen gewaarborgde geldlening

97.054

Stand per 31 december 2016

618.474

De rentepercentages voor de gewaarborgde leningen variëren van 4,9 tot 8 %. Het gemiddelde percentage is 6,51%. Ultimo december zijn er 7 gewaarborgde leningen.
Alleen als de geldlener niet aan zijn verplichtingen kan voldoen kan de gemeente aangesproken worden voor betaling van het restantbedrag en eventuele achterstallige rente.